Koolhydraten Koolhydraten zijn de energieleveranciers voor het lichaam. Als men gezond eet, dan komt tussen de 40 en 70 procent van de energie uit koolhydraten.
Koolhydraten worden in het lichaam omgezet in glucose. Glucose dient als brandstof om bijvoorbeeld te denken, te bewegen en om het lichaam warm te houden. Glucose zit in het bloed, dit wordt ook wel bloedsuiker genoemd. Vanuit het bloed wordt de glucose vervoerd naar de spieren en de lever, waar het wordt omgezet in glycogeen. Hier wordt het ook opgeslagen.
Drie soorten koolhydraten kunnen worden onderscheiden: Monosachariden: zoals glucose (druivensuiker) en fructose (vruchtensuiker). Dit soort koolhdydraten bestaat uit één molecuul. Disachariden: samengesteld uit twee monosacharide moleculen. Sucrose (suiker opgebouwd uit glucose en fructose), lactose (melksuiker opgebouwd uit glucose en galactose) en maltose(moutsuiker opgebouwd uit twee glucose-eenheden die aan elkaar gekoppeld zijn). Polysachariden: samengesteld uit meerdere monosacharide moleculen (meestal glucose). Deze vorm wordt ook wel zetmeel genoemd.
Mono- en disachariden worden ook wel aangeduid als 'eenvoudige' koolhydraten, terwijl polysachariden ook wel ‘complexe' koolhydraten worden genoemd.
Voedselbronnen Koolhydraten bestaan in in de vorm van zetmeel, melksuiker en suiker. Koolhydraten worden in de volgende voedselbronnen aangetroffen: In de vorm van zetmeel: brood, aardappelen, rijst, pasta en peulvruchten (witte en bruine bonen). In de vorm van melksuiker: melk, karnemelk, yoghurt en kwark. In de vorm van suiker: kristalsuiker, druivensuiker, honing, stroop, koek, snoep, frisdrank en gebak.
Vet Vet is een bron van energie (calorieën), vitamine A, D en E en essentiële vetzuren (linolzuur en alfa-linoleenzuur). Bij een gezond eetpatroon komt tussen de 20 en 40 procent van de calorieën uit vet. Vet levert van alle voedingsstoffen de meeste calorieën per gram. Dat geldt voor alle soorten vet. Mensen die moeite hebben op gewicht te blijven doen er daarom goed aan niet te vet te eten.
Soorten vetten? Vetten bestaan uit glycerol en een mengsel van vetzuren. Vet is onder te verdelen in verzadigd (‘verkeerd) en onverzadigd (‘oké') vetzuren. Onverzadigde vetzuren kunnen op hun beurt onderverdeeld worden in enkelvoudig of meervoudig onverzadigde vetzuren. Alle vetten en oliën bevatten zowel verzadigde als onverzadigde vetzuren.
Verzadigde vetzuren Verzadigd vet verhoogt LDL-cholesterolgehalte, ook wel ‘slechte' cholesterol genoemd. De kans op hart- en vaatziekten wordt hierdoor vergroot.
Enkelvoudig onverzadigde vetzuren Onverzadigde vetzuren (MUFA) beschermt het HDL-cholesterolgehalte, ook wel ‘goede' cholesterol genoemd. Hierdoor wordt de kans op hart- en vaatziekten kleiner. Deze vetten zijn minder onderhevig aan oxidatie (het ranzig worden bij verwarming of bij blootstelling aan lucht) dan transvetten.
Meervoudige onverzadigd vetzuren Meervoudige onverzadigde vetzuren (PUFA) laten de LDL-cholesterol en het algemene cholesterolgehalte dalen, maar verlagen ook de HDL-cholesterol.
Transvet Transvet is onverzadigd vet, maar door de afwijkende chemische structuur is het nog ongezonder dan verzadigd vet. Het LDL-cholesterolgehalte wordt nog meer verhoogd. Het ontstaat in de fabriek wanneer zacht vet en olie ‘harder' worden gemaakt.
Voedingsbronnen Verzadigd vet zit vooral in harde margarine en hard frituurvet, vet vlees, volvette kaas, volle melkproducten, roomboter, chocolade, koek, gebak, snacks en zoutjes. Onverzadigd vet zit vooral in olijf-, zonnebloem-, lijnzaad-, sesam-, saffloer-, en tarwekiemolie, vloeibaar bak-, braad- en frituurvet, noten en vette vis (o.a. sardines, tonijn, haring, ansjovis, makreel, zalm). Transvet zit voornamelijk in margarine, chips, geraffineerde en gefrituurde voeding. Het kan ook zitten in producten met gedeeltelijk gehard vet, zoals koek en gebak.
↑ Terug naar boven |